Vertrouwens Contact Persoon

Waarom een Vertrouwens Contact Persoon?

Ongewenst gedrag komt helaas overal voor: op school, in de straat, thuis en op het werk, en ook bij het tennissen. Er zijn veel soorten van ongewenst gedrag, zoals: agressie, bedreiging, belediging, mishandeling, pesten, ongewenste intimiteiten en discriminatie: het kwaadspreken over iemand zijn afkomst, huidskleur, geloof of seksuele voorkeur.

Als je met ongewenst gedrag te maken hebt, op of rond onze club, is het handig te weten waar je terecht kunt voor advies en hulp. Of gewoon voor een luisterend oor. Het bestuur van OLTC vindt dit belangrijk en daarom zijn er twee vertrouwens contact personen aangesteld: Angela Sluijs en Hester Baljet.

Wat is een Vertrouwens Contact Persoon?

Een vertrouwenspersoon is er voor iedereen die te maken heeft met ongewenst gedrag en hierover vertrouwelijk wil praten. De vertrouwenspersoon luistert naar jouw verhaal. Hij heeft een geheimhoudingsplicht over wat jij vertelt. De vertrouwenspersoon is er voor de leden, de ouders, de begeleiders, coaches en trainers. En ook voor de toeschouwers, de vrijwilligers en het bestuur.

Wat doet de Vertrouwens Contact Persoon?

De vertrouwenspersoon luistert naar jou en kan jou begeleiden. In overleg met jou, en soms ook met je ouders, zoeken zij naar een bemiddelaar of verwijzen naar een hulpverlener. Ook kan de vertrouwenspersoon jou helpen bij het indienen van een formele klacht.

Wie zijn de OLTC Vertrouwens Contact Personen?

Onze vertrouwens contact personen zijn Angela Sluijs en Hester Baljet. Jij kan zelf kiezen wie je belt als je een vraag hebt. Angela is te bereiken op 06-53918739  en Hester is te bellen op 06 – 36427545. Ook kan je een e-mail sturen naar vertrouwenscontactpersoon@oltc.nl.

Meer informatie

Voor meer informatie over fijn en veilig sporten, zie http://www.nocnsf.nl/grensoverschrijdendgedrag en http://www.veiligsportklimaat.nl

Hoe werkt de Vertrouwens Contact Persoon?

Hiervoor is een protocol ontwikkeld waarin is vastgelegd hoe het werkt en wat je mag verwachten. Hieronder volgt de integrale tekst van het NOC*NSF van dat protocol:

  1. De vertrouwens contact persoon (VCP) is binnen de vereniging het eerste aanspreekpunt voor iedereen die opmerkingen, vragen of klachten heeft over een vorm van ongewenst gedrag. Vormen van ongewenst gedrag zijn: agressie, discriminatie, pesten, ( seksuele ) intimidatie of treiteren. Bij voorkeur zijn er twee vertrouwenspersonen, waarvan één een vrouw is. De vertrouwenspersoon wordt benoemd door het bestuur, voor een periode van drie jaar. De VCP kan worden herbenoemd voor drie jaar. 
  2. Als iemand contact opneemt met een VCP, wordt deze gehoord door één van de twee VCP’s. Als de melding door een vrouw plaatsvindt, wordt deze melding bij voorkeur opgepakt door de vrouwelijke VCP. 
  3. Om te bepalen of er sprake is van ongewenst gedrag wordt niet uitgegaan van de bedoelingen van de veroorzaker, maar hoe dit gedrag overkomt bij de persoon die het heeft ervaren. Mensen hebben nl. het recht om zelf hun grenzen te trekken in de omgang met elkaar.
  4. Onder intimidatie wordt verstaan: macht uitoefenen op een ander op een negatieve manier. Seksuele intimidatie staat voor allerlei vormen van seksueel getinte aandacht die als ongewenst wordt ervaren, eenzijdig is en opgelegd is. Als er gesproken wordt over agressie of geweld gaat het om voorvallen waarbij iemand psychisch en/of fysiek, verbaal of non-verbaal wordt lastig gevallen, bedreigd of aangevallen. Discriminatie is iedere vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur op grond van geslacht, leeftijd, handicap, ras, godsdienst, levensovertuiging, seksuele geaardheid of herkomst die tot gevolg heeft de gelijke behandeling van leden, vrijwilligers of medewerkers aan te tasten of teniet te doen. Uitzondering hierop vormt de teamindeling. Om tot een evenwichtige indeling te komen, wordt wel onderscheid gemaakt naar tenniskwaliteiten, geslacht, leeftijd, handicap en herkomst. Pesten: hier gaat het om ervaren van vijandig, vernederend of intimiderend gedrag door de melder, waartegen de melder zich niet effectief kan verweren.
  5. De VCP gaat een functionele vertrouwensrelatie aan met de melder of andere personen die een beroep op hem/haar doen. Daarom belooft de VCP alle betrokkenen geheimhouding van hetgeen hem/haar bij de uitoefening van de functie als VCP ter kennis komt. Uitzondering op de geheimhouding, zie onder e. Het horen vindt uiterlijk binnen 14 dagen plaats. In het gesprek worden in ieder geval de volgende zaken besproken:
    a) Wat is precies de situatie geweest waar de melding of de klacht over gaat?
    b) Betreft het een beschuldiging of is het een verzoek om beweerd ongewenst gedrag te onderzoeken?
    c) Wat is het tijdvak geweest waarin het gemelde ongewenste gedrag is voorgekomen?
    d) De VCP maakt duidelijk aan de melder dat elke melding geanonimiseerd met de voorzitter van OLTC wordt besproken, omdat die de verantwoordelijkheid heeft om de implicaties voor de vereniging vast te stellen en daarnaar te handelen.
    e) De vertrouwelijkheid van het gesprek is begrensd: indien de voorzitter oordeelt dat de veiligheid van één of meerdere leden in het geding is en/of wanneer er sprake is van een ernstig strafbaar feit.
  6. Van het gesprek wordt door de VCP binnen twee weken een verslag opgesteld dat wordt ondertekend door de melder en de VP. Als een melder de ondertekening van het verslag weigert, wordt dit vermeld in het verslag door de VCP, zo mogelijk onder vermelding van de redenen.
  7. Als het een melding of klacht betreft die is ingediend door een ouder of verzorger van een lid van OLTC, wordt ook dit lid gehoord, tenzij zijn of haar persoonlijk belang en/of leeftijd zich hiertegen verzet. Dit ter beoordeling van de VCP’s.
  8. De VCP’s overleggen met elkaar over de mogelijke vervolgstappen.
  9. Naar aanleiding van het gesprek met de melder wordt de betrokkene geïnformeerd over mogelijke vervolgstappen en over de (externe) instanties waartoe betrokkene zich kan wenden. De betrokkene maakt hierin zelf de keuze of wordt doorverwezen naar instanties die bij die keuzebepaling kunnen helpen (bv. maatschappelijk werk, huisarts, politie). De VCP verleent zo mogelijk deskundige begeleiding aan de persoon die geconfronteerd was met (seksuele) intimidatie, maar de VCP bemiddelt niet in eigen persoon tussen degene die bij hem komt en de andere partij. De VCP doet ook geen uitspraak over de gegrondheid van de klacht.
  10. De voorzitter van OLTC beoordeelt hoe vanuit de bestuurlijke verantwoordelijkheid moet worden gehandeld. Indien dit handelen vereist dat (een deel van) de vertrouwelijkheid moet worden opgeheven, zal betrokkene door de VCP hierover uitleg krijgen en om diens toestemming worden gevraagd. Het opheffen van vertrouwelijkheid kan ook gebeuren zonder toestemming van betrokkene:
    a) indien er sprake is van een strafbaar feit;
    b) indien er sprake is van angst of onmacht aan de zijde van betrokkene om een ongewenste situatie te beëindigen; dit ter beoordeling van de vertrouwenspersoon;
    c) als er sprake is van een voor de betrokkene of derden acute onveilige sportomgeving, ook ter beoordeling van de VCP’s;
    d) als er sprake is van gedragingen of van een situatie waarin het bestuur vanuit haar verantwoordelijkheid in het algemeen belang moet ingrijpen.
  11. De VCP brengt de voorzitter van OLTC altijd op de hoogte van hetgeen betrokkene heeft verklaard en welke afspraken zijn gemaakt m.b.t. de doorverwijzing. Dit gebeurt in principe geanonimiseerd, maar indien de voorzitter dit noodzakelijk vindt met verwijzing naar personen.
  12. De VCP maakt verslag van de gevoerde gesprekken en de daaruit voortvloeiende doorverwijzing en gemaakte afspraken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een standaard formulier dat hiervoor is ontwikkeld door NOC/NSF. Deze formulieren worden binnen de vereniging op een veilige wijze gearchiveerd.
  13. Als de VCP’s vermoedens hebben van ongewenst gedrag, anonieme signalen, eigen waarnemingen of geruchten hierover, lichten de VCP’s de voorzitter van OLTC hierover in. Besluit het bestuur van OLTC daarop tot verdere stappen, zoals nader onderzoek, dan wordt de VCP hiermee niet belast.
  14. Na afloop van het verenigingsjaar stellen de VCP’s een jaarverslag op, waarin is opgenomen het aantal meldingen en het aantal keren dat dit geleid heeft tot een klacht. Tevens worden in het jaarverslag voorstellen opgenomen tot verbetering.
  15. Minimaal één keer per twee jaar evalueert het bestuur het beleid inzake seksuele intimidatie en andere ongewenste omgangsvormen. Het initiatief hiervoor ligt bij de voorzitter.